| RadioVisie.eu > Televisie > En toen was er beeld (9) En toen was er beeld (9) zondag 6 mei 2007 ![]() Het 'analoge tv-tijdperk' gaat z'n laatste maanden in. Tijd dus om nog eens diep terug in de geschiedenis van de Vlaamse televisie te duiken vooraleer nogmaals een tijdperk wordt afgesloten. RadioVisie zette twee redacteuren met liefde voor radio, maar een voorliefde voor televisie aan het werk. Het resulteerde in een boeiende reis die kort na de Tweede Wereldoorlog begon. HET NIEUWS NETJES EN ERNSTIG
De eerste echte televisiejournaals werden meestal door beroepsredacteurs gepresenteerd. Omer Grawet (foto), Maurice Dieudonné, Lucien Boussé en Maurice De Wilde, de latere maker van het beruchte programma over de collaboratie, 'De Nieuwe Orde' . Ze groeiden uit tot echte pioniers. Iedereen zat strak in een maatpak. Presentatrices van andere programma's mochten dan, weer niet te verleidelijk overkomen. De blouse of het kleedje moest mooi sluiten aan de hals.
Geen van hen schuwde de mogelijkheid om ter plaatse verslag te brengen. Gevaar werden aanzien als risico van het vak en al stond Congo, onze toenmalige kolonie, in rep en roer, informatie zou er zijn! Al leek het eenvoudiger dan het in werkelijkheid was. OVER DUIVEN EN VOETBAL In een vorige aflevering van deze reeks schreven we reeds dat 'Sportweekend' één van de langste lopende programma's was. En een van de populairste. Toch waren de wedstrijdbeelden van bvb het voetbal nog schaars. Gezien de kosten, men filmde op pellicule van 18 millimeter, werden ze ook steeds kort gehouden. Zo miste men wel meer doelpunten omdat de film al op was. Een cameraman werd soms extra betaald per doelpunt dat hij wel had weten te filmen. Bovendien was er heel weinig tijd tussen het schieten van de wedstrijdbeelden en Sportweekend. Tussen het einde van de wedstrijden op zondagnamiddag en de uitzending was ook niet zoveel tijd. De filmbeelden moesten eerst het NIR bereiken (via fiets, tram, bus, moto, auto, trein... zelfs met paarden). Daar werden ze ontwikkeld, manueel gesneden en geplakt, en daarna liefst juist, gemonteerd. Meestal zorgde Paul Jacquemijns voor de gepaste commentaar, een hele onderneming. In tien minuten moest hij een complete speeldag van de toenmalige competitie in de hoogste klasse, uit het hoofd leren en keurig resumeren. Geen enkel doelpunt, noch de meest prangende fases ontsnapten aan zijn aandacht. Toch was de man al de 80 gepasseerd. Paul presenteerde trouwens ook nog het speciale tv-programma voor duivenliefhebers.
TOUR DE FORCE Die andere populaire sport, het wielrennen, had af te rekenen met nog moeilijker omstandigheden. Door het ontbreken van voldoende personeel en materiaal bleven de rechtstreekse uitzendingen schaars. De komst van de Eurovisie in 1954 bracht, zij het schoorvoetend nieuwe mogelijkheden. Dankzij de camera's van de Franse collega's van de RTF, die ter hoogte van de aankomst waren geplaatst, waren de wielerliefhebbers wel getuige van de aankomsten in de Tour De France. Steevast schakele men tijdens de grootste wielerkoers ter wereld ook om 20.30 uur over naar Frankrijk. Daar had men intussen de tijd gehad om de opgenomen beelden van de wedstrijd te monteren en van commentaar te voorzien. Zo kreeg de Vlaamse kijker, enkele uren later, alsnog een idee van wat er zich die dag had afgespeeld tijdens de rit. Pas in 1957 werden de eerste rechtstreeks beelden uitgezonden. Net voor de uitzending moest de kijker zijn toestel overschakelen naar de beruchte 819 lijnen. Maar dat werd keurig aangegeven met het bordje 'Wij schakelen over' of 'Gelieve over te schakelen'. Vaak verscheen ook de 'pancarte' - Wij wachten op beelden uit Frankrijk -, want af en toe raakte de film niet op tijd uit het labo in de Franse tv-studio's. Na de aankomst moest men de filmbanden immers naar Parijs brengen om te ontwikkelen, waarna de montage nog moest gebeuren. Wordt vervolgd
Lees ook: Reageer op dit bericht | ![]() |










210.gif)
